Arm Brussel Geert Van Istendael
Brussel Is Ook Van Ons Marc Platel
Brussel is de stad die zich onophoudelijk vernielt. Onbekommerd gaat zij haar eigen vlees te lijf. Andere steden zijn puinhopen na bombardementen. Brussel heeft geen oorlog nodig, integendeel, vredestijd is meer bevorderlijk voor dat rusteloze vreten aan zichzelf.
Geen stad waarover de meningen zo uiteenlopen als Brussel. Zoveel schoonheid en zoveel lelijkheid zo dicht bij elkaar (uiteraard, heel zen, schoonheid bestaat niet eens zonder lelijkheid). Dat heeft gelukkig allemaal zijn plaats. Brussel is niet bepaald mals voor zijn verleden, het is Bokrijk niet. Veel creatieve destructie. Heel prettig om te wonen, te werken, elke dag verrast te worden door zoveel moderniteit (Ann en ik wonen bepaald niet in een bourgeois buurt). Brussel is één van de modernste steden van Europa, na eeuwen van migraties en vestiging van veel culturen. “Dit is de stad van de onberekenbare eeuw die komt,” schrijft Van Istendael. Je vind hier een meertaligheid en openheid die je nauwelijks aantreft in grotere hoofdsteden als Berlijn, Rome, Parijs. In Brussel zijn geen ééntalige meerderheden en monoculturen meer. Brussel is onzuiver, hybride, vermengd, groezelig, hoera! Er is geen enkele reden om dat gegeven te problematiseren zoals de communautaire scherpslijpers die helaas al veel te lang de publieke agenda beheersen.
Voor meertaligheid heeft Brussel niet gewacht op de Europese Unie, die is het al meer dan een eeuw lang aan het organiseren. Brussel is een van de laatste grote Europese steden waar meertaligheid nog officieel wordt erkend. Elders — in Praag, Vilnius, Czernowitz enzovoorts — is die op barbaarse wijze afgeschaft, zeg maar gesmoord in bloed.
— Benno Barnard op 5 december 2007 in Knack.
Arm Brussel is een erudiet portret van de oude geschiedenis van deze Brabantse stad, van de georganizeerde verfransing en zijn mechanismen (onderdrukking, verbod, sociale stigmatisering, verachting, vernedering). Brussel Is Ook Van Ons is daarentegen een houterig geschreven politieke geschiedenis.
Beide auteurs zijn het wezenlijk eens in hun afwijzing van Europa. Platel’s betoog tegen verfransing van de Brusselse rand (Vlaamse rand, zou hij zelf zeggen) is eigenlijk een spijtig defensief betoog tegen de internationalisering in die gemeenten. Platel laat kansen liggen. Ik volg dan wel weer Van Istendael als hij het heeft over het gebrek aan architecturale ambitie die Europa in Brussel heeft getoond, en dat er uit zoveel architecturale lelijkheid zeer moeilijk iets moois kan groeien. Hij heeft het over de EU. Maar toch, Brussel is geen “eurocratische necropolis”. Dat laatste is zowat het meeste hardnekkige en intellectueel gemakzuchtige cliché dat er over deze stad bestaat.
Geert Van Istendael en Marc Platel zijn buren. Van Istendael woont in de Brusselse gemeente Sint-Lambrechts Woluwe, Platel in de Vlaamse gemeente Kraainem. Van Istendael publiceerde Arm Brussel voor het eerst in 1992, maar ik las een herwerkte versie uit 2002.